De Vak Krant
Voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten heeft Winny Media meegewerkt aan De Vak Krant, door deze vorm te geven. De krant verscheen ter gelegenheid van de Conferentie van Journalistiek Vakmanschap, gehouden op 1 december 2011. [Download de krant als pdf.]
Terreurverdachte ging nooit naar de moskee
Hij ging nooit naar de moskee, vastte niet tijdens ramadan, maar volgens de FBI wilde de Jordaniër Hosam Smadi een wolkenkrabber in Dallas opblazen. Hoe kan het dat een niet-praktiserende moslim opeens verdacht wordt van terrorisme?
In zijn huis in Jordanië spreekt Maher Smadi, de vader van Hosam, vol afgrijzen over de situatie waarin zijn zoon terecht is gekomen. Hij staat op uit zijn stoel: “Mijn zoon is geen terrorist! Amerika heeft Hosam in de val gelokt!” Maher Smadi slaat met zijn vlakke hand op tafel.
Het geluid verdwijnt in de kale huiskamer. Op de grond liggen tapijten, in de hoek staan matjes om op te bidden. Smadi wijst naar het stukje muur waarop een smoezelig printje is geplakt. Een foto van Hosam in Amerika. “Toen ik hem naar de VS stuurde, maakte ik de grootste fout uit mijn leven.”
BBC, 25 september 2009: “In Dallas Texas, the FBI arrested a 19-year-old Jordanian man who they say was attempting to blow up a skyscraper in the city. Hosam Maher Hussein Smadi has been charged with attempting to use a weapon of mass destruction.” Op 4 oktober vult New York Times aan: “He didn’t want to wear earplugs. Apparently, he wanted to enjoy the blast.”
In Ashloun, een klein dorp op ongeveer een uur van de Jordaanse hoofdstad Amman en de geboorteplaats van Hosam Smadi, kunnen ze het nieuws, dat elke internationale nieuwszender haalde, nog steeds maar moeilijk geloven. Ashloun is een traditioneel dorp. Vrouwen dragen een hoofddoek of niqaab, mannen bepalen het straatbeeld. Groente en fruit koop je er langs de weg.
Het dorp heeft twee basisscholen waar jongens en meisjes in blauwe en groene uniformpjes naar toe gaan. “Ik wilde het beste voor mijn kinderen”, vertelt Maher Smadi. “Daarom stuurde ik Hosam, zijn broer Hoessein en later ook hun zusjes toen zij klein waren niet naar de islamitische, maar naar de Baptistische basisschool. Daar krijgen de kinderen vanaf jonge leeftijd les in Engels en Frans.”
Behalve om het goede taalonderwijs, staat Hosams basisschool bekend om haar godsdienstlessen. De kinderen leren er over kerst, Pasen en Hemelvaart; Baptisten zijn tenslotte protestanten. “De kwaliteit van het onderwijs vind ik belangrijker dan het geloof”, legt vader Smadi uit. “Bovendien was Hosam toch niet geïnteresseerd in de islam.”
Bij het schooltje voetbalt een groepje jongens op het schoolplein. Hier moet Hosam ook gespeeld hebben, maar niemand wil daarover praten. Elke leraar lijdt aan acuut geheugenverlies als het over Hosam gaat. Het schoolhoofd wijst zijn ongenode bezoekers tenslotte de deur: “We hebben u niets te zeggen.” Het hek gaat met een zachte klap dicht, waarop een conciërge meteen de sleutel omdraait.
In het laatste jaar dat Hosam doorbracht op de basisschool gingen zijn ouders scheiden. Dit was een ongebruikelijke situatie in het conservatieve Ashloun, waar scheidingen zelden voorkomen. “Hosam zorgde toen voor mama en voor ons”, vertelt Reem, het oudste zusje van de vermeende terrorist. “Hij was altijd lief voor ons. Hosam is een goede broer. Ook al ging hij nooit naar de moskee.”
Een paar jaar na de scheiding krijgt moeder Smadi kanker. Als Hosam veertien is overlijdt ze. “We hadden het er allemaal moeilijk mee”, zegt Reem, “maar Hosam had de meeste pijn.” De problemen begonnen al in het ziekenhuis waar zijn moeder stierf, vertelt zijn vader. “Toen zijn moeder overleed en de hart-longmachine dus stopte en begon te piepen, sloeg Hosam een raam in. Hij gooide met een stoel. Hij was compleet over de rooie. Uiteindelijk moest hij worden afgevoerd door bewakers van het ziekenhuis. Die hebben hem gelukkig gekalmeerd.”
Maandenlang ging Hosam van de ene depressie over in de andere, tot zijn familie besloot hem, met financiële hulp van hun stam, naar Amerika te sturen voor behandeling. “Ik dacht dat ze hem in Amerika beter konden helpen, omdat de zorg daar beter is”, verzucht vader Smadi. “Bovendien kon Hosam dan een nieuwe start maken op een Amerikaanse highschool. Dacht ik.”
Hosam vertrekt begin 2006, ruim een jaar na het overlijden van zijn moeder, naar de Verenigde Staten. Hij reist samen met een vriend van de familie en settelt zich in Santa Clara, een stad in Californië, om daar leerling te worden op een openbare middelbare school. Eind 2007 maakt ook broer Hoessein de oversteek. Maar drie maanden later verdwijnt Hosam plotseling. “Niemand wist waar hij was”, zegt zijn vader Maher Smadi. Hosam bleek opeens naar Italy te zijn verhuisd, een plaatsje in de buurt van Dallas, in de staat Texas. “Om geld te verdienen”, zegt zijn vader. “Hij liet zijn broer achter zonder hem in te lichten. Hosam wist niet wat hij deed. Hij is ook nog maar een kind.”
In Italy woont en werkt Hosam een tijdje illegaal, want zijn studentenvisum is verlopen. Hij hoopt op een green card, een Amerikaanse verblijfsvergunning, en de kans daarop neemt toe doordat hij trouwt met zijn vriendin Rosalinda Duron. Hosam heeft haar leren kennen op zijn werk bij de Texas Best Smokehouse Travel Stop, een restaurant annex pompstation. Zijn collega’s noemen Smadi een ‘aardige jongen’ die soms wat ‘op zichzelf’ was. Maar hij was een ‘goede collega’. Aan de telefoon vertelt een duidelijk geëmotioneerde Rosalinda dat zij haar man herinnert als ‘een lieve jongen met het hart op de juiste plek’.
Hosam Smadi, of Sam, zoals zijn vrienden hem inmiddels noemen, wordt actief op internetfora. “Hosam googlede alles”, zegt zusje Reem. “Toen onze moeder ziek was, ging hij op internet op zoek naar een medicijn.” Echter, in Amerika bezoekt hij minder vriendelijke websites. De FBI komt Hosam op het spoor via een forum waar moslimextremisten ideeën uitwisselen.
In Smadi’s arrestatiebevel wordt uitgelegd waarom hij volgens de FBI gearresteerd zou moeten worden: Volgens een undercoveragent valt Hosam op omdat hij ‘zijn bedreigingen gemakkelijk om zou kunnen zetten in daden’. De undercoveragent, ook wel FBI UCE1 genoemd, besluit contact te leggen met Hosam. De agent spreekt zeker tien keer met hem, en Smadi is, zo staat in het rapport, altijd duidelijk over zijn bedoelingen. Hij doet uitspraken als ‘ik wil als soldaat in dienst van Osama Bin Laden en Al-Qaeda de gewelddadige jihad uitdragen.’
En daardoor verandert Hosam van een actieve subscriber in een ‘legitieme bedreiging’. Hij wordt voorgesteld aan een tweede undercoveragent. Agent FBI UCE2 doet zich voor als een senior member van een Al-Qaeda-cel. Omdat Hosams verlangen naar de gewelddadige jihad niet lijkt te temperen, gaat de FBI over tot actie, schrijven zij. Daarop wordt hij voor de laatste keer voorgesteld aan een agent. Undercoveragent FBI UCE3 vertelt Hosam dat hij de uitvoerende kracht en rechterhand van agent UCE2 is. Van begin januari tot eind september hebben de agenten meer dan 65 keer contact met Hosam.
Senior member FBI UCE2 probeert Smadi nog van gedachten te laten veranderen, maar Hosam zou per se mee willen doen aan de jihad. Op 4 april 2009 vraagt hij of Hosam niet bang is of twijfelt. “Als je weigert dan begrijp ik dat. Niet iedereen is geschikt voor de jihad.” Maar Hosam hapt niet. Later vertelt hij de undercoveragenten zelfs dat hij speciaal naar Amerika is gekomen voor de jihad. ‘Het is weer tijd voor een aanval met de omvang van die op 11 september 2001’, zou Hosam hebben gezegd volgens het FBI-rapport dat later dit jaar werd gepubliceerd.
Maar waar zou die aanslag moeten plaatsvinden? Dallas Airport wordt als eerste genoemd, maar dat is te goed beveiligd. Daarom stelt Hosam voor naar Fountain Place uit te wijken. Fountain Place is een wolkenkrabber met ruim zestig verdiepingen in het centrum van Dallas. Bovendien zitten er vijf banken en een hotel in het gebouw.
Op 26 augustus 2009 ontmoeten UCE3 en Hosam Smadi elkaar in een hotel. De plannen worden nog een laatste keer doorgenomen. Omdat Hosam geen aanval wil plegen tijdens de ramadan, wordt de aanslag uitgesteld tot donderdag 24 september 2009. De agent stelt voor een autobom te gebruiken; dat zorgt voor het beste effect. Hosam moet de auto precies in het midden van de parkeergarage van Fountain Palace parkeren.
Hosam zou zich volgens het rapport verheugen op de operatie. “Wanneer de bom ontploft, zal het gebouw instorten. Miljoenen mensen verliezen hun werk, hun geld. Vergeet het psychologische effect ook niet. En ons plezier natuurlijk, dat schuilt in het succes van deze operatie”, zegt hij volgens het FBI-rapport.
Dan is het 24 september. Hosam Smadi rijdt in zijn eigen auto naar Dallas, een ritje van vijftig kilometer. In Dallas ontmoet hij UCE3. Samen halen ze de bom op. Smadi inspecteert hem, waarna de undercoveragent de bom onder een Ford Explorer plaatst. Even later parkeert Hosam de auto zoals afgesproken in de parkeergarage onderin Fountain Palace.
Hij stapt uit, loopt het gebouw uit, richting de auto van zijn compagnon. Ze rijden een paar blokken van Fountain Palace vandaan. Dan belt Hosam de mobiele telefoon die als ontsteker werkt voor de bom. Althans, dat denkt hij. In werkelijkheid belt hij een telefoon die in het bezit is van de politie, en daarmee geeft hij zelf het startsein voor zijn arrestatie.
Hosams verhaal is groot nieuws, in Amerika en daarbuiten. FBI-woordvoerder Robert E. Casey noemt de arrestatie ‘een bewijs van de inzet van de Verenigde Staten van Amerika in de nog altijd voortdurende strijd tegen terreur’. Hosams advocaten, Peter Fleury en Richard Anderson, claimen dat Smadi in de val gelokt is. Met een lokbom en manipulatie zou de FBI Smadi hebben geofferd voor de gemoedsrust van het volk.
De Jordaanse Al-Qaeda-expert Fuad Hussein is het daarmee eens. “De Amerikaanse overheid heeft Smadi nodig als bewijs voor een actief anti-terreurbeleid. Hij kan niet eens een nepbom van een echte bom onderscheiden. Dat staat niet goed op de cv van een terrorist. Bovendien had hij in Jordanië geen strafblad. Ik kan hem met geen enkel misdrijf in verband brengen. Volgens mij zagen we de werkelijke Hosam in de rechtszaal. Een bange, naïeve jongen.”
In Ashloun verschuift vader Maher Smadi in zijn stoel. “Ik weet niet waar het is misgegaan. Ik weet alleen dat mijn zoon geen terrorist is.” Toch draagt Hosam Smadi nu een oranje overall en zit hij voorlopige hechtenis uit in Seagonville, een gevangenis in de buurt van Dallas. Zijn vrouw Rosalinda wil van hem scheiden. Telefonisch herhaalt ze wat zij al eerder aan de FBI en Amerikaanse bronnen vertelde: “Misschien was Sam toch niet de man die ik dacht dat hij was.”